
Weespers aan de wand
bron Weespernieuws
Kunstenares Maïesta Berckmans pleit voor betaalbare broedplaats in Weesp
za 28 feb, 06:00 · leestijd 9 minuten Portret Zaterdagportret Voorlezen
Foto: Brian Elings
Kunstenares Maïesta Berckmans (41) heeft een onrustige jeugd achter zich: meer dan twintig verhuizingen, voortdurend wisselende scholen en weinig houvast. Maar in Weesp vond ze eindelijk wat ze zo lang zocht: een thuis. Hier schildert ze, exposeert ze al bijna twintig jaar bij Weespers aan de Wand en ze pleit hartstochtelijk voor betaalbare broedplaatsen voor jonge kunstenaars.
Met Pinksteren doet ze opnieuw mee aan Weespers aan de Wand. Ze exposeert in de Van Houtenkerk aan Oudegracht 69. Eerdere jaren exposeerde ze bij Harmonie De Adelaar aan de Papelaan. Nu helpt ze daar mee als vrijwilliger om daar een nieuwe activiteit op te zetten, het Kunstplein, met marktkramen en een tent waar dagelijks creatieve workshops van een uur worden gegeven. Bezoekers kunnen zich daarvoor inschrijven via de website van Weespers aan de Wand.
Ze heeft geen apart atelier, vertelt ze. Ze werkt gewoon thuis. “Het is veel te duur om ergens een ruimte te huren. Dat is echt onmogelijk.” In haar woning staan schilderijen opgesteld, deels voor haarzelf, deels om te laten zien waar ze mee bezig is. Ze woont er alleen met haar honden Louis en Bowie en vindt dat prettig, ook omdat het rust geeft om te kunnen werken.
Creatieve gemeenschap en toekomst
Haar passie voor kunst maakt dat ze graag een lans breekt voor jonge makers. Voor hen is een betaalbare broedplaats nodig. Daarvoor ziet ze mogelijkheden in Fort Ossenmarkt, waar de Kreatieve Groep Weesp huist en waar ze zelf keramieklessen volgt. Ze ziet mogelijkheden om de functie verder uit te bouwen tot cultureel centrum of broedplaats.
“Er gebeurt daar zóveel”, zegt ze. “Ze zijn in gesprek met de gemeente, maar het is nog niet rond. Er wordt bijvoorbeeld gekeken of de huur omlaag kan, want die is eigenlijk te hoog voor wat het is.”
Ze wijst op de sociale rol van de plek: mensen geven er na hun pensioen cursussen, buurtbewoners komen er samen eten voor een klein bedrag en er is zelfs een maaltijdservice voor mensen die moeite hebben om voor zichzelf te zorgen.
‘Er is behoefte aan ruimte voor jonge makers. Het zou zonde zijn als die er niet komt’
“Het is echt een plek met maatschappelijke waarde. Daar zijn ateliers en ruimtes die perfect zijn voor jonge makers.” Tegelijk erkent ze dat zo’n ontwikkeling niet eenvoudig is. Sommige ruimtes zijn slecht geïsoleerd, lastig toegankelijk of technisch beperkt. Toch hoopt ze op een levendige, betaalbare plek waar creativiteit en ontmoeting samenkomen. “Er is behoefte aan ruimte voor jonge makers. Het zou zonde zijn als die er niet komt.”
Vrijwilliger bij het Filmhuis
Berckmans werd geboren in Amsterdam, waar ze lang woonde, al verhuisde ze veel en voelde ze zich nergens echt geworteld. Weesp leerde ze vroeg kennen, onder meer via haar vader die er woont en door vrijwilligerswerk bij het filmhuis.
Het voormalige filmhuis in Weesp was een kleinschalig bioscoopinitiatief dat wekelijks films vertoonde op tijdelijke locaties, eerst in het POC en later in het SCA-gebouw. Het filmhuis bood vooral alternatieve en niet-commerciële films en vormde een eerste stap naar een breder cultureel aanbod in Weesp.
Ze kwam dus al vanaf haar jeugd regelmatig in Weesp, had er later een atelier bij haar vader thuis en deed al mee aan Weespers aan de Wand voordat ze zelf in Weesp ging wonen. Zo’n tien jaar geleden vestigde ze zich definitief in Weesp. “Ik ben hier nu echt gesetteld,” zegt ze. “Ik wil hier ook niet meer weg.”
Jeugd vol verhuizingen
Haar jeugd werd namelijk gekenmerkt door voortdurende verhuizingen, waardoor een duidelijke thuisbasis ontbrak. “We verhuisden zó vaak dat ik me eigenlijk nooit echt verbonden voelde met een plek”, vertelt ze. Scholen wisselden even snel als woonplaatsen en een vast anker had ze niet.
Haar ouders scheidden toen ze zes was en haar oudere broer en zus, die negen en tien jaar ouder zijn, gingen al vroeg het huis uit. Daardoor bracht ze een groot deel van haar jeugd relatief alleen door. “Het was best een beetje eenzaam”, zegt ze nuchter.
Ze woonde onder meer in Diemen, Almere, Apeldoorn, Zutphen, Deventer en meerdere keren in Amsterdam, in totaal naar schatting meer dan twintig verhuizingen. Pas rond haar twintigste ontstonden langere vriendschappen en een gevoel van continuïteit. Daarom voelt ze zich zo sterk verbonden met Weesp, waar ze eindelijk wél het gevoel heeft ergens thuis te zijn.
Eindelijk thuis in Weesp
Toen ze naar Weesp verhuisde, wist ze niet goed wat ze moest verwachten van het leven in een kleinere gemeenschap. In eerste instantie vond ze het idee zelfs spannend. In een kleine plaats kent iedereen elkaar, dacht ze, en heeft iedereen een mening. Maar gaandeweg ontdekte ze dat die nabijheid ook iets waardevols heeft. “Dat je gemist wordt en dat mensen het merken als er iets met je is, dat is eigenlijk heel fijn”, zegt ze verheugd.
Vooral via het filmhuis ontstonden hechte banden. Ze leerde er een vaste groep mensen kennen met wie ze films keek en besprak. Die verbondenheid mist ze soms, al begrijpt ze ook waarom het filmhuis veranderde. Subsidies vielen weg en de programmering werd daarom commerciëler.
Kunst binnen de familie
Kunst speelt binnen haar familie een grote rol. Ze exposeert van tijd tot tijd met familieleden en vrienden, bijvoorbeeld tijdens een tweejaarlijks kunstmoment in de synagoge aan de Nieuwstraat. Haar vader schildert, haar broer en zus doen mee, evenals de partner van haar broer en haar eigen vriend.
Als kind rende ze al enthousiast door musea, geboeid door schilderijen terwijl haar ouders al lang op een bankje zaten uit te rusten. De onrust en eenzaamheid uit haar jeugd ziet ze niet als iets wat verdwijnt, maar als geschiedenis die meebeweegt en zich vertaalt in haar werk.
Ze schildert zelden uitbundig vrolijk. Juist het onvolmaakte, het schuren en emotionele lading spreken haar aan. “Mooi of knap vind ik niet zo interessant”, zegt ze. “Het moet wringen, iets oproepen. Eenzaamheid, trots, gelatenheid. Dat is spannender.”
Dat gevoel hoopt ze zichtbaar te maken in haar kunst, al laat ze de interpretatie altijd aan de kijker. “Mensen mogen zien wat ze willen. Maar dit is wel mijn uitgangspunt.”
Kunst als persoonlijke taal
Voor Berckmans betekent kunst veel meer dan alleen een uitlaatklep. Ze maakt een duidelijk onderscheid tussen kunst bekijken en kunst zien. “Klassieke kunst", zegt ze, “heeft vaak een andere functie gehad: geschiedenis vastleggen, perfectie nastreven, een werkelijkheid verbeelden nog vóór fotografie bestond.”
Moderne kunst werkt volgens haar anders. “Die kan je in beweging zetten, je laten reageren, je confronteren met je eigen mening. Je kunt het lelijk vinden, of juist mooi. Je kunt je afvragen waarom het er überhaupt hangt. En dat is juist interessant, want het is een spiegel van jezelf”, vertelt ze enthousiast.
‘Kunst is er om mee te spelen, om vragen te stellen en om jezelf telkens opnieuw te laten verrassen’
Ze bezoekt regelmatig musea en vindt dat mensen daar vaak te serieus rondlopen. Volgens haar moet je je juist laten verrassen en je emoties volgen. Kunst is voor haar ook iets speels. Ze maakt met haar partner soms expres gekke foto’s bij werken in een museum, speelt met reflecties of toeval, en geniet van de vrijheid om te reageren zoals ze wil.
Tegelijk erkent ze dat niet alles werkt. Soms ziet ook zij iets waar ze simpelweg niets mee kan. Ze vertelt over een installatie met metalen keukengerei dat met stroomdraden was verbonden en geluid maakte. “Ik kon me er niet in verplaatsen. Ik vond het alleen maar raar.” Toch hoort ook dat bij de ervaring, zegt Berckmans, want zelfs verwarring of afwijzing is een reactie die je iets over jezelf laat ontdekken. “Kunst is er om mee te spelen, om vragen te stellen en om jezelf telkens opnieuw te laten verrassen.”
Werkwijze in fases
Van kunst alleen kan ze niet leven. Ze werkt daarnaast in de zorg, maar schilderen doet ze al heel lang en met grote toewijding. Vooral portretten hebben haar interesse, al werkt ze ook met fotografie en objecten.
Ze werkt bewust in fases. Vaak kiest ze per jaar één medium en één thema. Het ene jaar staat portretschilderen centraal, eerdere jaren werkte ze vooral met fotografie of maakte ze objecten van gips. Die afwisseling ziet ze niet als versnippering, maar als onderzoek.
Tekst gaat verder na de afbeelding.
Neerslachtige houdingen kenmerkten een poos het werk van Maïesta Berckmans, voortkomend uit verlies van een vriend. (Foto: Riz Jongerius)
In haar huidige werk laat ze zich ook inspireren door andere kunstenaars, maar keuzes komen voort uit haar eigen gevoel. Haar recente werk draait sterk om hoop en leegte, mede door het verlies van een goede vriend. Ze schilderde hangende lichamen, zwaar, donker, neerslachtig, met veel zwart. Wat ze maakt, volgt direct wat ze doormaakt. “Die hangende mensen, met hun armen en hoofd naar beneden hangend, verbeelden de zwaarte van zijn ziekte. Dat zie ik daarin terug.”
Ze kiest bijvoorbeeld nu bewust voor een bepaalde lichaamshouding, zoals een liggende figuur met een open houding. Die straalt voor haar iets hoopvols uit en toont tegelijk kwetsbaarheid. In die beeldtaal - veel wit, gecombineerd met kleur - laat ze haar emoties terugkeren. Figuren worden witter, kleuren lichter, alsof er ruimte én verwachting ontstaat na verlies.
Tekst gaat verder na de afbeelding.
In haar recente werk komen licht en kleur weer terug. (Foto: Riz Jongerius)
Menselijke diversiteit als inspiratie
Wat haar het meest fascineert, zijn mensen zelf. Ze observeert, luistert en raakt gefascineerd door hoe verschillend iedereen in het leven staat. Ze ziet ook hoe het publieke debat is verhard en verzand in zwart-wit denken. Ze voert graag gesprekken, juist omdat ze merkt dat veel mensen het tegenwoordig moeilijk vinden om hun mening nog hardop uit te spreken.
“Ik vind het zelf juist leuk als mensen een mening hebben. En een mening is maar een mening en is vaak maar tijdelijk”, zegt ze schouderophalend. “Je kunt het nu zo bedenken en morgen denk je er misschien anders over. Het lijkt wel alsof mensen nu helemaal vastzitten in een mening.”
Daardoor is er minder ruimte om te luisteren of van elkaar te leren. Mensen worden voorzichtig, bang om iets verkeerds te zeggen. Dat baart haar zorgen, ook omdat die zwart-wit manier van kijken volgens haar steeds vaker terugkomt in hoe mensen kunst benaderen. Het moet mooi zijn of lelijk, nuttig of zinloos. Tussenruimte lijkt te verdwijnen.
Kunst als maatschappelijke kracht
Ze gelooft sterk in de rol van kunst. Die kan ontwikkeling zichtbaar maken en perspectieven verbreden. Ze verwijst naar maatschappelijke veranderingen die onlosmakelijk verbonden zijn met artistieke expressie, van muziek tot poëzie en beeldende kunst.
Kunst vormt volgens Berckmans een eigen taal, een manier om aandacht te vragen, om perspectieven te verbreden en om buiten de eigen comfortzone te kijken. “Ik denk dat kunst heel erg te maken heeft met ontwikkeling, het kan heel erg ondersteunend zijn aan ontwikkelingen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de strijd voor homorechten, die is heel sterk met kunst verbonden, met een hele duidelijke uiting.
Maïesta Berckmans is gesetteld in Weesp. “Ik wil hier ook niet meer weg.” (Foto: Brian Elings)
Inspirerende kunstenaars
Over kunstenaars die haar inspireren hoeft ze niet lang na te denken. Fotograaf Erwin Olaf, die met zijn werk veel betekende voor homorechten, bewondert ze om zijn vermogen om met één beeld een maatschappelijk verhaal te vertellen. “Hij laat je nadenken over hoe jij zelf kijkt.” Bij de schilders noemt ze Egon Schiele, vanwege de rauwe, kwetsbare manier waarop hij menselijk lijden verbeeldt. Werk dat schuurt en confronteert trekt haar aan.
In de hedendaagse kunst ziet ze datzelfde prikkelende effect. Het werk van Joseph Klibansky vindt ze interessant. Een moderne en populaire kunstenaar, vooral bij een jong en rijk publiek. “Ik vind dat heel leuk. Hoe ik het ervaar, is dat het duidelijk gaat over de consumptiemaatschappij. En over onze relatie met spullen”, zegt Berckmans enthousiast.
Ze vergelijkt het met werk van Damien Hirst, onder meer bekend van zijn schedel met kristallen. Zijn provocerende beelden zeggen volgens haar iets over de consumptiemaatschappij en onze verhouding tot bezit. “Het is absurd, en juist dat zet je aan het denken.”
Berckmans werkt de komende tijd verder aan haar werk voor Weespers aan de Wand, vanuit haar woonkamer met uitzicht op de Oudegracht. Met Pinksteren hoopt ze bezoekers te laten zien wat haar bezighoudt. Of er in Fort Ossenmarkt betaalbare ateliers komen voor jonge kunstenaars, blijft afwachten. Daar blijft ze wel voor ijveren

